In Zeeland krijgt die vraag steeds vaker een concreet antwoord. Vanuit het programma Zorg in Balans worden onderwijs, regionale samenwerking, technologie, wonen en sociale innovatie bewust met elkaar verbonden. Niet als losse projecten, maar als één gezamenlijke aanpak waarin iedere stap bijdraagt aan toekomstbestendige ouderenzorg.
De resultaten worden steeds zichtbaarder. Studenten werken mee aan actuele vraagstukken uit de zorgpraktijk, zorgprofessionals krijgen meer tijd voor cliënten door slimmer te werken, organisaties organiseren de nachtzorg gezamenlijk en gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties trekken samen op om passende woonvormen voor ouderen te realiseren.
Het zijn stuk voor stuk initiatieven die elkaar versterken en laten zien hoe innovatie daadwerkelijk kan landen in de praktijk.
“We zijn de fase van plannen maken voorbij, we zijn aan het doen”
Jelmer Holm, programmamanager Zorg in Balans
Vijf ontwikkelingen laten zien hoe Zeeland stap voor stap bouwt aan toekomstbestendige ouderenzorg.
1. Onderwijs als motor voor innovatie
De ouderenzorg van morgen begint niet op de werkvloer, maar al tijdens de opleiding.
Vanuit het Gloeilab werkt Zorg in Balans daarom structureel samen met het onderwijs. Vanaf september gaan MBO studenten Verpleegkunde en Welzijn twintig weken lang aan de slag met actuele praktijkvraagstukken uit zes Zeeuwse ouderenzorgorganisaties. Daarbij staat de Schijf van Vijf centraal. Studenten onderzoeken bijvoorbeeld hoe formele en informele zorg elkaar beter kunnen versterken en ontwikkelen met behulp van de Design Thinking methodiek oplossingen die direct in de praktijk toepasbaar zijn.
Het levert twee belangrijke opbrengsten op. Studenten ontwikkelen innovatievaardigheden voordat zij het werkveld instromen en zorgorganisaties krijgen een frisse blik op vraagstukken die vaak al langere tijd spelen.
Onderwijs wordt daarmee niet langer gezien als leverancier van nieuwe medewerkers, maar als volwaardige innovatiepartner.
“Fijn om te ervaren dat onze inbreng gewaardeerd wordt en inzicht oplevert over het vraagstuk. Ik hoop echt dat de organisatie onze aanbeveling gaat gebruiken.”
Student, Hoornbeeck College Goes
“Studenten brengen frisse energie en versnellen innovatie in organisaties, terwijl zij zelf waardevolle praktijkervaring opdoen.”
André Walhout, projectleider Gloeilab, programma Zorg in Balans
2. Van zorgen vóór naar samen zorgen
De grootste verandering in de ouderenzorg zit misschien wel in de manier waarop naar zorg wordt gekeken. Binnen Zorg in Balans staat steeds de vraag centraal: wat kan iemand zelf, eventueel met hulp van zijn of haar omgeving? Niet om zorg af te bouwen, maar juist om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en betekenisvol te laten leven.
Die beweging is zichtbaar in verschillende projecten die elkaar versterken. Met Langer Actief Thuis (LAT) en DigiRehab worden cliënten gestimuleerd om hun zelfstandigheid zoveel mogelijk te behouden of terug te winnen. Tegelijkertijd investeren organisaties volop in informele zorg, waarbij mantelzorgers, familieleden en vrijwilligers een vanzelfsprekende rol krijgen in de ondersteuning van ouderen. Door kennis, ervaringen en hulpmiddelen regionaal met elkaar te delen, hoeven organisaties deze ontwikkeling niet ieder afzonderlijk vorm te geven.
Zo ontstaat stap voor stap een andere manier van werken, waarin zorg niet wordt overgenomen als het niet hoeft, maar juist wordt gekeken hoe ouderen, samen met hun netwerk, zo lang mogelijk zelf de regie kunnen houden.
“Het gesprek begint met: wat wilt u graag blijven betekenen voor uw naaste? En wat past bij u?”
Kristy Donze, projectleider Amarijn over de bijdrage van Mantelzorgers
3. Slimmer werken als dagelijkse praktijk
Niet iedere innovatie hoeft groot of technisch ingewikkeld te zijn. Soms zit de grootste winst juist in het wegnemen van kleine frustraties in het dagelijkse werk.
Dat is de gedachte achter het Ontregellab. Zorgprofessionals en studenten kijken samen kritisch naar administratieve processen, registraties en werkwijzen die onnodig tijd kosten. De Zeeuwse aanpak groeit inmiddels verder door. Het Ontregellab heeft een plek gekregen binnen stages en onderwijsprogramma’s en trekt zelfs landelijke belangstelling vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Dezelfde beweging is zichtbaar bij spraakgestuurd rapporteren. Zorgverleners leggen rapportages direct tijdens het zorgmoment vast. Dat bespaart tijd, verbetert de kwaliteit van de rapportages en zorgt ervoor dat de aandacht weer naar de cliënt kan gaan.
Technologie is daarbij nooit een doel op zich, maar een middel om ruimte te creëren voor wat uiteindelijk het belangrijkst is: persoonlijke aandacht.
“Ze had zichzelf die ochtend helemaal aangekleed. Ik sprak in dat ik ontzettend trots op haar was. Toen ze dat hoorde, klaarde ze helemaal op. Ze begon meteen te vertellen wat ze allemaal zelf had gedaan.”
Jorine Epker wijkverpleegkundige Amarijn over spraakgestuurd rapporteren
4. Wonen en zorg dichter bij elkaar
Goede ouderenzorg stopt niet bij de voordeur van een zorgorganisatie. Om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, zijn ook passende woningen, een leefbare omgeving en sterke lokale samenwerking nodig.
Daarom werken binnen het project Wonen en Zorg zorgorganisaties, gemeenten, woningcorporaties en de provincie samen aan nieuwe woonvormen die aansluiten bij de groeiende zorgvraag. Niet vanuit één blauwdruk, maar vanuit de vraag wat inwoners in iedere Zeeuwse regio nodig hebben. Door wonen, welzijn en zorg vanaf het begin met elkaar te verbinden, ontstaan oplossingen die verder gaan dan zorg alleen.
De Zeeuwse aanpak laat zien dat toekomstbestendige ouderenzorg niet alleen in de zorg wordt georganiseerd, maar juist ook met maatschappelijke partners in de wijk, de woning en het sociale netwerk rondom de cliënt.
“De kracht zit in de combinatie van wonen, zorg en sociale contacten. Samen met Zorggroep Ter Weel en de gemeente Reimerswaal hebben we een woonomgeving gerealiseerd waar wonen en zorg samenkomen,”
Annemiek Jonker-Engelen, Beveland Wonen
5. Regionale samenwerking als nieuwe standaard
Veel innovaties stranden omdat ze binnen één organisatie blijven. In Zeeland is juist gekozen voor een regionale aanpak.
Een aansprekend voorbeeld is de gezamenlijke organisatie van de avond, nacht en weekendzorg. Waar organisaties voorheen ieder afzonderlijk de nachtzorg organiseerden, wordt nu steeds vaker samengewerkt. Daardoor kan één zorgverlener cliënten van meerdere organisaties ondersteunen. Dat betekent minder reistijd, een efficiëntere inzet van medewerkers en meer ruimte om de zorg ook in de toekomst beschikbaar te houden. De samenwerking draait inmiddels op Tholen en wordt verder uitgerold naar andere Zeeuwse regio’s.
Ook op andere thema’s wordt kennis steeds vaker regionaal ontwikkeld en gedeeld. Organisaties leren van elkaars ervaringen, bouwen voort op bestaande oplossingen en voorkomen dat iedere organisatie opnieuw hetzelfde wiel moet uitvinden.
Regionale samenwerking is daarmee geen doel op zich, maar een manier om innovaties sneller op te schalen en duurzaam te verankeren.
“Of je nu cliënt bent van De Schutse, SVRZ of Allévo, dat maakt niet. Er moet een verpleegkundige aanwezig zijn. Met de schaarste in de zorg, lossen we het hiermee op.”
Marieken den Lange, toenmalige teamleider Allévo
“Soms kunnen mensen nog wel zoiets hebben “hey ik zit bij Schutse Zorg en jij bent van Allevo, dan leg je dat even uit en eigenlijk heeft er dan geen enkele cliënt een probleem mee.”
Verpleegkundige Jannie de Vos ANW
Bekijk ook de hele aflevering op Omroep Zeeland: https://www.omroepzeeland.nl/tv/aflevering/zeeland-nu/370557582
Geen losse projecten, maar een lerend ecosysteem
Wat de Zeeuwse aanpak onderscheidt, is niet één innovatie of één succesvol project. De kracht zit in de verbinding.
Onderwijs, technologie, sociale innovatie, wonen, informele zorg en regionale samenwerking versterken elkaar. Iedere ontwikkeling draagt bij aan hetzelfde doel en wordt bewust gekoppeld aan andere initiatieven binnen het programma.
Juist daardoor ontstaan geen losse pilots, maar een lerend ecosysteem waarin kennis wordt gedeeld, innovaties sneller worden opgeschaald en goede ideeën daadwerkelijk onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.
Misschien is dat wel de belangrijkste les voor andere regio’s. Toekomstbestendige ouderenzorg ontstaat niet door steeds nieuwe projecten te starten, maar door mensen, organisaties en ideeën met elkaar te verbinden.
“De afgelopen jaren hebben we een stevig fundament gelegd. Er is vertrouwen, er is gezamenlijke koers en er zijn concrete projecten die laten zien dat verandering werkt.
Nu zetten we het om in de praktijk. Voor ouderen, voor zorgverleners en ook voor het sociale netwerk rondom ouderen.”
Jelmer Holm, programmamanager Zorg in Balans